Nederlands

Beobachtungen zur niederländischen Sprache

Oud-België en Nieuw-België

België is een ontzettend rijk land. Bijna alle delen van het Koninkrijk bestaan twee of drie keer, soms zelfs in het buitenland. Het historische Brabant is verdeeld over de gewesten Wallonië en Vlaanderen, en het noordelijke gedeelte ligt in het zuiden van Nederland en heet daar Noord-Brabant. Ook Limburg heeft een Vlaams en een Nederlands deel. Luxemburg is niet alleen een groothertogdom, maar ook een provincie in Wallonië. West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen maken deel uit van het gewest dat ook weer Vlaanderen heet (om heel precies te zijn: het Vlaams gewest). En Brussel is een gemeente van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Dit alleen is ingewikkeld genoeg. Maar België bestaat zelf twee keer. Er is Oud-België en Nieuw-België. In het Nederlands zijn dit geen bekende begrippen. Op Google vind ik een frituur in Antwerpen die “Oud-België” heet, of het bekende concertgebouw Ancienne Belgique in Brussel, maar geen geografische naam. Ook in het Duits is er vandaag minder sprake van Altbelgien en Neubelgien. Bent u ooit in Nieuw-België geweest? Misschien weet u het niet eens. Ondanks het koloniale verleden is Nieuw-België geen idyllisch eiland in de Caraïbische Zee of in Afrika, maar het maakt deel uit van hedendaags België.

Weismes (Frans: Waimes) heeft een Franstalige meerderheid en ligt in „Nieuw-België“, maar behoort niet tot de Duitstalige gemeenschap. (Foto: G. Friedrich, CC-BY-3.0)

Na de Eerste Wereldoorlog kwamen de Duitstalige regio’s rond Eupen en St.Vith onder Belgisch bestuur. Deze streek werd Neubelgien genoemd. Soms (of zelfs vaker) spreken we van de Ostkantone (Nl. Oostkantons) – dit komt ook al vrij ouderwets over – of gewoon van Ostbelgien. Altbelgien was dus het hele gebied dat al eerder Belgisch was, maar in het bijzonder ook de streken in het Oosten waar al voor de oorlog Duitstaligen woonden. Dit betreft bijvoorbeeld de zogenaamde Platdietse streek (Du. Plattdeutsche Gemeinden) en ook de mensen in de omgeving van Aarlen (Frans: Arlon, Duits verouderd: Arel) in de provincie Luxemburg. Vandaag is het niet accuraat of politiek correct de Platdietsen en Luxemburgstaligen gewoon tot de Duitstaligen te rekenen.

Tegenwoordig spreekt men officieel van Duitstalige Gemeenschap voor de politieke entiteit met een eigen gemeenschapsregering (verg. Vlaamse en Franse Gemeenschap). Nieuw-België en Oud-België hebben slechts een historische betekenis. Ostbelgien en Deutschsprachige Gemeinschaft (in het Duits soms afgekort met DG) worden vaak synoniem gebruikt. De vraag of deze delen van het land eerder of later Belgisch werden heeft vandaag geen belang meer.

Is dit ook de reden waarom Nieuw-België en Oud-België in het Nederlands geen gebruikelijke begrippen zijn en nooit waren? Misschien was het voor de Nederlandstalige Belgen gewoon niet belangrijk genoeg, hoe en wanneer de verhouding tussen Franstalige en Duitstalige Belgen veranderde.

Tags:

Der Beitrag wurde am Montag, den 16. Februar 2015 um 08:05 Uhr von Philipp Krämer veröffentlicht und wurde unter Belgien, Wortschatz abgelegt. Sie können die Kommentare zu diesem Eintrag durch den RSS 2.0 Feed verfolgen. Kommentare und Pings sind derzeit nicht erlaubt.

Kommentarfunktion ist deaktiviert