Nederlands

Beobachtungen zur niederländischen Sprache

Er is iets mis met -nis

Wat is er aan de hand met –nis? Dat achtervoegsel is nogal raadselachtig, dat hebt u hier al gelezen. We vinden het in allerlei woorden zowel in het Nederlands als in het Duits.

das Gefängnis de gevangenis das Ärgernis de ergernis
die Betrübnis de droefenis, de treurnis das Bekenntnis de bekentenis (ook: de belijdenis)
die Bekümmernis de bekommernis (ook: de bekommering) die (Er)kenntnis de kennis (ook: het inzicht, het begrip)
die Wildnis de wildernis das Zeugnis de getuigenis
die Verdammnis de verdoemenis / verdommenis das Gleichnis (ook: die Gleichheit) de gelijkenis
das Hindernis de hindernis das Bildnis de beeltenis
das Erlebnis de belevenis (vaker: de ervaring) das Ereignis de gebeurtenis (andere stam)
das Begräbnis (vaker: die Beerdigung) de begrafenis

 

die Düsternis (vaker: die Finsternis) de duisternis

 

De betekenis van deze woorden is niet altijd exact identiek. Vaak is in minstens één van de twee talen het woord op –nis verouderd of weinig verspreid. Er zijn zelfs extreme gevallen zoals Fäulnis en vuilnis: dezelfde etymologie en structuur, maar door een zelfstandige ontwikkeling zijn er inmiddels false friends van geworden.

We vinden ook veel voorbeelden van woorden die in het Duits op –nis eindigen maar niet in het Nederlands, of andersom.

das Geheimnis het geheim
das Gelöbnis de gelofte
das Vermächtnis de nalatenschap (auch: de erfenis)
das Verhältnis de verhouding
das Wagnis het risico, het waagstuk
das Zerwürfnis de onenigheid, de onmin, de ruzie
das Bündnis het band, het verbond
das (die) Versäumnis het verzuim, de verzuiming
die Bewandtnis de gesteldheid
das Gedächtnis het geheugen (ook: de nagedachtenis ~ das Gedenken)

 

die Geschichte de geschiedenis
das Erbe de erfenis
die Bedeutung de betekenis
die Schändung de schennis
das Urteil (~ der Befund) het vonnis
die Verbindung, Verpflichtung de verbintenis
die/das Labsal de lafenis

Deze woordenlijsten tonen al dat –nis vandaag noch in het Duits noch in het Nederlands productief is. Actuele verschijnsels en concepten zouden we zeker niet milieubeschermnis of Steuerbelastnis noemen – daar hebben we andere en productievere achtervoegsels voor, bv. –ing of –ung.

De betekenis van –nis is erg vaag. Verder dan “maak er een naamwoord van” gaat het niet, in elk geval is de achtergrond vandaag niet transparant. Soms zijn de concepten van de woorden op –nis heel concreet (gevangenis, Zeugnis), soms zijn ze abstract en moeilijk te omschrijven (lafenis, Zerwürfnis). De concrete woorden zijn immers ook gebaseerd op voorstellingen die eerder abstract waren: de gevangenis als gebouw of instelling is afgeleid van het feit dat iemand gevangen was; een Schulzeugnis is een schriftelijke samenvatting van de waarneming die een leraar tijdens het schooljaar van zijn scholieren heeft verzameld.

Soms kunnen we van nis-woorden een meervoud vormen, soms niet: Geheimnisse, Ereignisse, Zeugnisse; hindernissen, gevangenissen, beeltenissen – kan allemaal. In andere gevallen is het meervoud erg vreemd of zelfs uitgesloten: betroefenissen / Betrübnisse, duisternissen / Finsternisse.

In het Duits komt er nog bij dat het achtervoegsel niet eens een duidelijke tendentie naar vrouwelijke of onzijdige naamwoorden heeft. In het kort: het is een achtervoegsel dat we meer uit vaste gewoonte dan uit noodzakelijkheid meeslepen. Misschien was –nis gewoon een vergissing van de taalgeschiedenis.

De oude gevangenis in Hasselt, een vrij concrete -nis. (Queest, CC-BY-SA-4.0)

Tags:

Der Beitrag wurde am Donnerstag, den 27. April 2017 um 16:28 Uhr von Philipp Krämer veröffentlicht und wurde unter Etymologie, Grammatik, Sprachvergleich, Wortbildung, Wortschatz abgelegt. Sie können die Kommentare zu diesem Eintrag durch den RSS 2.0 Feed verfolgen. Sie können einen Kommentar schreiben, oder einen Trackback auf Ihrer Seite einrichten.

3 Reaktionen zu “Er is iets mis met -nis”

  1. Henk Wolf

    Misschien interessant om te vermelden dat de Friese pendant van -nis nog wel productief is. In het Fries is door metathesis de vorm -ens ontstaan. In veel gevallen zijn -ens en -heid uitwisselbaar, maar niet altijd. Zo wordt in afleidingen van eenlettergrepige (monosyllabischen) woorden altijd -ens gebruikt:

    readens / *readheid (Röte)
    sûnens / *sûnheid (Gesundheit)
    lulkens / *lulkheid (Bosheit, Wut)

    Er komen in het Fries wel Nederlandse leenwoorden op -heid voor die zich niet aan dat patroon houden. Vaak hebben die een iets andere (vaak concretere) betekenis dan de vorm met -ens:

    domheid (Dummheit, Dummigkeit, Irrtum)
    dommens (Dummheit, geringe Intelligenz)

    wreedheid (Brutalität, Greueltat)
    wredens (Härte, böse Art)

    âldheid (Antike, Altertum)
    âldens (Alter)

  2. Philipp Krämer

    Dank voor de interessante aanvulling! Weer een mooi voorbeeld voor de productiviteit van de contrastieve taalkunde.
    „Dummnis“ of „Gesundnis“ zou ik heel graag in het Duits willen overnemen. Maar dan wordt er nog een ander probleem met „-nis“ in het Duits duidelijk: in mijn taalgevoel ben ik onzeker of ik wel dan niet een Umlaut zou moeten vormen bij bv. „Rötnis/Rotnis“ of „Altnis/Ältnis“.
    Het Fries is in dit geval blijkbaar weer dichter bij het Engels dan het Duits en het NL. Daar vinden we bv. ook nieuwe en ironische vormen zoals „The trumpness of Trump never ceases to amaze me.“ (Urban dictionary) #trumpness is zelfs een eigen hashtag op Twitter.

  3. Henk Wolf

    ‚Trumpness‘ is wel heel mooi! Daar zou je in het Fries ironisch ook ‚trumpens‘ van kunnen maken, al klinkt ‚trumpichheid‘ beter.

    In het Fries concurreren -ens, -heid, -ichheid en -dom (en nog een paar zeldzamere alternatieven) voortdurend. Soms zijn ze zelfs alle vier mogelijk met iets verschillende betekenissen:

    frijens (Spontanität, Unverklemmtheit, Freimütigkeit)
    frijheid (Freiheit, Freiheit von Unterdrückung)
    frijichheid (Freimütigkeit)
    frijdom (politische Freiheit, politische Unabhängigkeit, Selbstverwaltung)

    De twijfel over het voorkomen van umlaut in het Duits lijkt overigens erg op de twijfel over het gebruik van breking in het Fries. Net als bij de Duitse umlaut treedt breking vaak niet op in het grondwoord, maar wel in afleidingen en samenstellingen. Het is echter een vrij onvoorspelbaar verschijnsel, met nogal wat idiolectische en regionale variatie:

    Een voorbeeld:
    koel (kühl):
    koeltsje / kuoltsje (Brise)
    koelens / ?kuollens (Kühle)
    koelte / ?kuolte (Kühle)
    koelkast / kuolkast (Kühlschrank)
    *koelje / kuolje (kühlen)
    *koeling / kuolling (Kühlung, Kühlanlage)

Schreibe einen Kommentar

Captcha
Refresh
Hilfe
Hinweis / Hint
Das Captcha kann Kleinbuchstaben, Ziffern und die Sonderzeichzeichen »?!#%&« enthalten.
The captcha could contain lower case, numeric characters and special characters as »!#%&«.