Nederlands

Beobachtungen zur niederländischen Sprache

Plesier

Plezier hebben is Spaß haben. En dat had ik op die vakantie die een rib uit mijn lijf was.

Ik was in Namibië en had daar een Namibische reisleider van Duitse herkomst. Hij sprak een voortreffelijk, accentvrij Duits, wat van mijn reisgenoten (Zwaben, Beieren, Paltsers) niet gezegd kan worden. Soms produceerde hij wat uit de mode geraakte woorden zoals Vetter i.p.v. Cousin, of het relatieve pronomen welch. Voor mijn Nederlandse taalgevoel had hij een super correct gebruik van einander / sich: „Wir sehen einander beim Abendessen.
Maar plots ook de zin: „Ich fahre euch flink (schnell) dahin.“

Als we hem bedankten voor een interessante rondleiding of een kleine andere dienst, was het antwoord: „Plesier!“ In het Afrikaans is graag gedaan (gern geschehen): plesier.

De officiële taal in Namibië is (sinds 1990) het Engels, maar het Duits is, vooral in het noordwesten (rond Swakopmund), overal te horen (een „Germaanse bantoestan“ als het ware) – met het (zwarte) personeel spreekt men Afrikaans. En dat dat soms tot inferenties leidt – dat doet een taalliefhebber uiteraard plezier!

Graf van Sarie Marais (China Crisis, CC-BY-SA-3.0)

Ik vertelde mijn reisleider van Afrikaanse liedjes die ik op school geleerd had: Sarie Marais bijvoorbeeld.

mielies: Mais
doringboom: doring (NL: doorn) = Akazie
kakies: Englische Soldaten im Burenkrieg
Upington

 

En hij had in zijn jeugd (in 1918 kreeg Zuid-Afrika het mandaat over wat daarvoor Deutsch-Südwestafrika was; dat mondde uit in een bezetting – pas in 1990 werd Namibië onafhankelijk) zowaar het Piet-Hein-lied (kopstukken, 1e rij, 5e van links) geleerd!

Veel plezier gehad dus!

Der Beitrag wurde am Freitag, den 4. November 2016 um 09:32 Uhr von Johanna Ridderbeekx veröffentlicht und wurde unter Afrika, Afrikaans, Sprachvergleich abgelegt. Sie können die Kommentare zu diesem Eintrag durch den RSS 2.0 Feed verfolgen. Kommentare und Pings sind derzeit nicht erlaubt.

Kommentarfunktion ist deaktiviert