Nederlands

Beobachtungen zur niederländischen Sprache

Het professorenloze tijdperk

De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden kende twee stadhouderloze tijdperken: van 1650-1672 en van 1702-1747. In 1650 overleed stadhouder Willem II; zijn zoon werd pas kort daarna geboren. De Staten-Generaal regeerden het land: ging ook! 

Toen kwam het zogenaamde rampjaar (1672). De Republiek werd van alle kanten aangevallen, Willem III werd stadhouder en de gebroeders De Witt gelyncht. Willem III overleed in 1702 kinderloos en de Republiek was weer zonder stadhouder, maar geen nood!
Voorlopig althans (jedenfalls).

*****************************************************************

Ik ben de enige instituutsmedewerker die „het professorenloze tijdperk“ van de neerlandistiek in Berlijn nog heeft meegemaakt.
Dit is dus een stukje instituutsgeschiedenis: wintersemester 85/86 – zomersemester 88.

Prof. Dr. Gerhard H. Arendt ging met pensioen en een opvolger was zo snel nog niet gevonden. De wetenschappelijk medewerkster – Marlene Müller-Haas – en ik (lector) stonden er alleen voor. We kregen van de directeur – die toen nog heel democratisch Sprecher des Fachbereichs heette – de opdracht gastprofessoren te zoeken. Tenslotte waren er studenten die wilden en moesten afstuderen.

Nou graag!

CC-BY-SA-3.0

Bovendien kregen we geld voor excursies (naar NL en België), gastlezingen, tentoonstellingen… als het maar om de voortzetting van de neerlandistiek aan de FU ging!

Marlene Müller-Haas verzorgde twee tentoonstellingen in de universiteitsbibliotheek: over Multatuli (zijn portret siert de 3e verdieping van de PhilBib) en over in het Duits vertaalde Nederlandse literatuur.

Mooie ervaring: met studenten 3 dagen op excursie in België geweest (de taal was geen enkel probleem); vervolgens met de trein naar NL. En zo’n paar kilometer achter Wuustwezel: „Goh, wat spreken ze hier een vreemd Nederlands!“

Onze gastdocenten
Anne Marie Musschoot kon helaas niet weg uit Gent.
Maar er waren veelbelovende Nederlandse wetenschappers die de stap waagden en aansluitend – hoe kan het anders? – een leerstoel in het moederland veroverden.

Jaap Goedegebuure werd hoogleraar in Tilburg en vervolgens in Leiden; Wiljan van den Akker werd hoogleraar in Utrecht evenals Maarten van Buuren; hoogleraar in Maastricht werd Wiel Kusters. En dan waren er nog Redbad Fokkema († 2000) en Gerard Raat.

Voor- en nadeel voor onze studenten: ze studeerden in die tijd af bij docenten die hoogleraar, resp. docent in NL waren (niet altijd makkelijk) – maar ze konden afstuderen!

Tags:

Der Beitrag wurde am Mittwoch, den 21. März 2018 um 17:06 Uhr von Johanna Ridderbeekx veröffentlicht und wurde unter Allgemein, Belgien, Niederlande abgelegt. Sie können die Kommentare zu diesem Eintrag durch den RSS 2.0 Feed verfolgen. Kommentare und Pings sind derzeit nicht erlaubt.

Kommentarfunktion ist deaktiviert